dinsdag 2 december 2014

Van Brabant naar Brussel en terug

Tijdens haar opleiding ontdekte Anne (25) haar passie voor Brussel. Het werd haar ambitie om daar later gaan wonen en werken. Sneller dan verwacht werd haar droom werkelijkheid. In 2012/2013 woonde en werkte zij in Brussel. Sinds een klein jaar is zij terug in Nederland.
Anne werkt op vrijwillige basis parttime als community manager/secretaresse bij Natuur- en Milieucentrum Ossenbeemd in Deurne. Dit is precies het werk dat ze graag doet. Nu nog een betaalde baan vinden!

De eerste kennismaking
Ik ben geboren en getogen in Noord-Brabant en heb van kinds af aan Vlaamse TV gekeken. Dat was eigenlijk de enige band die ik had met België; ik kwam er nooit. Dit veranderde tijdens een schoolreis naar Brussel in 2007. Ik deed toen een opleiding tot secretaresse en we gingen met school één dag naar Brussel. Dat is niet veel, nee, maar mijn interesse was gewekt. Er was zoveel te zien en op één of andere manier zag ik mezelf daar wel wonen. 

Doelgericht
Mijn eerste doel was om stage te lopen in Brussel. De school waar ik mijn opleiding deed, had echter geen mogelijkheid voor een buitenlandstage en je kon er ook geen Frans kiezen. Om mijn doel te bereiken zou ik dus van school moeten switchen en dat heb ik gedaan. Ik ben overgestapt naar het ROC Ter AA in Helmond. 

Zelf geregeld
Omdat het ROC Ter AA geen stageplaatsen in Brussel had voor het opleidingsniveau dat ik deed, heb ik alles zelf geregeld. Ik ben op internet gaan zoeken naar mogelijke stageplaatsen in de culturele sector. Die branche had mijn voorkeur omdat ik in Nederland al, via vakantie-, vrijwilligerswerk en stage, ervaring had opgedaan bij een museum. Ik verwachtte dat daar de beste kansen zouden liggen. Na een dag uitgebreid googelen en rondbellen, had ik mijn stage op zak!
Vervolgens moest ik natuurlijk nog een plek hebben om te wonen. Die heb ik ook via internet gezocht en gevonden; ik kon terecht bij een gastgezin net buiten Brussel. Mijn stage duurde van februari tot en met juni 2011 en daarna ben ik terug gegaan naar Nederland om mijn eindexamen te doen.

Baan in Nederland
Mijn plan was om een paar jaar in Nederland te werken om ervaring op te doen en te sparen. Ik zag voor me dat ik rond mijn 30e definitief naar Brussel zou gaan. 
In eerste instantie verliep alles redelijk volgens plan. Toen ik geslaagd was voor mijn examen, ging ik solliciteren. Het was niet zo dat de banen voor het oprapen lagen, maar na een tijdje had ik toch een baan als secretaresse gevonden. Door de crisis werd mijn jaarcontract helaas niet verlengd. Toen dacht ik: “Weet je wat, ik kijk gewoon of ik nu al iets in Brussel kan vinden”.

Een jaar in Brussel
Ik ben vanuit Nederland meteen via internet heel actief gaan zoeken naar secretariële/administratieve banen in België. In België was het ook crisis, dus ik dacht dat het best lastig zou worden. Ook omdat het Nederlandse MBO-diploma daar niet erkend wordt als diploma; het staat gelijk aan een getuigschrift. Dit was echter wat ik wilde, dus ik was vastbesloten om door te zetten tot ik mijn doel bereikt had.

Mijn inspanningen werden beloond, want ik kon aan de slag als administratief medewerker bij de Sportdienst van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel. Ik had twee weken de tijd om mijn emigratie naar België te regelen, voordat mijn eerste werkdag zou beginnen. In België moest ik natuurlijk ook nog een aantal zaken regelen zoals een Belgische identiteitskaart, een bankrekening en het afsluiten van diverse verzekeringen. De eerste twee maanden was het huurappartement dat ik via internet had gevonden nog niet beschikbaar, maar gelukkig kon ik die periode terecht bij mijn oude gastgezin.

Het werken in Brussel heb ik niet als heel anders ervaren dan in Nederland. De inhoud van de baan was zoals ik verwachtte en de sfeer was gemoedelijk. Mijn Frans heb ik overigens niet zo veel gebruikt, hooguit aan de telefoon.
Het wonen en leven daar was voor mij een mooie ervaring. Er was zoveel te zien en te doen. Vooral van het omgaan met verschillende culturen heb ik veel geleerd. Wat me daarnaast opviel was dat Belgen nogal hard te werk gaan bij demonstraties en dergelijke, heel anders dan we in Nederland gewend zijn.
Ik heb ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om Wallonië te verkennen. In mijn vrije tijd heb ik heel wat uitstapjes gemaakt.

Aan de periode in Brussel kwam een einde toen in verband met bezuinigingen het contract van Anne niet  werd verlengd. Nadat ze de voors en tegens op een rijtje had gezet, besloot ze terug te gaan naar Nederland.

Terug in Noord-Brabant
Ik woon weer bij mijn ouders in Noord-Brabant. Doordat ik geen betaald werk heb en geen recht op  een uitkering, kan ik me momenteel geen eigen woonruimte veroorloven. Het was even wennen om weer in een dorp te wonen. Er zijn nu veel minder uitstapjes en het is een stuk stiller dan in Brussel. Het voordeel is dat het hier ’s nachts ook stil is waardoor ik uitgerust op banenjacht kan.

Banenjacht
Ik ben heel actief op zoek naar een baan. Dit doe ik op alle mogelijke manieren: traditioneel solliciteren, netwerken en workshops volgen. Ik heb ook meegewerkt aan een tijdschrift waarin ik me samen met een aantal werkzoekende secretaresses aan potentiële werkgevers presenteer. 
De markt in mijn richting is niet zo makkelijk. Er is veel concurrentie en werkgevers stellen harde eisen qua opleidingsniveau, werkervaring en woon-werkafstand. Zo zie ik soms dat er HBO-niveau gevraagd wordt voor werk waarvan ik zelf denk dat ik het prima zou kunnen doen.
Gelukkig is het niet zo dat ik alleen maar afwijzingen krijg; ik word ook wel eens uitgenodigd op basis van mijn cv. 

Ik laat me niet zo snel ontmoedigen, dus ik ga gewoon door met solliciteren. Mijn periode in België laat volgens mij zien dat ik zelfstandig ben, doelgericht, en dat ik goed kan plannen. Bovendien breid ik door mijn werk als community manager/secretaresse bij de Ossenbeemd mijn ervaring uit. Het is een mooie vrijwilligersbaan, maar uiteindelijk wil ik natuurlijk zo snel mogelijk in een betaalde baan aan de slag!

Toekomst
Ik richt mijn pijlen nu op het vinden van een baan in de secretariële/administratieve richting. Ik vind het belangrijk om binnen een bedrijf te werken waar ik afwisselend werk (ondersteunend en organiserend) kan doen. Daarnaast werk ik graag in een omgeving waar professionele groei gestimuleerd wordt, zodat ik me kan blijven ontwikkelen.

Dankzij mijn doorzettingsvermogen en omdat werkgevers in België andere eisen stellen, heb ik mijn ambitie kunnen waarmaken. Of ik in de toekomst weer een periode in België ga wonen? Dat weet ik nu nog niet. Ik ben in elk geval heel trots op mijn emigratie en heb er zeker geen spijt van.

woensdag 12 november 2014

In een paar jaar tijd was de arbeidsmarkt compleet veranderd

Sandra aan de ontbijttafel in het pension
Sandra (45) runde samen met haar partner Tom vier jaar een pension in Duitsland. Toen zij in 2012 terugkwam in Nederland, bleek de arbeidsmarkt behoorlijk veranderd. 
Sandra is lid-vrijwilligster bij de webredactie van WerkVinden 2.0, een initiatief van en voor werkzoekenden. Daarnaast heeft zij verschillende tijdelijke banen. Samen met Tom woont zij in Alphen aan den Rijn.

Haar ambitie: een veelzijdige baan als office manager of vergelijkbaar: in elk geval een combinatie van organisatorische en secretariële/administratieve taken. Het liefst ook nog met gebruik van talen, met name Duits.

Lange aanloopfase

Tom en ik liepen al langere tijd rond met het gevoel “is dit het nu?” en wilden graag dichter bij de natuur zijn. Een pension runnen leek ons een goede mogelijkheid om deze manier van leven te realiseren. In eerste instantie hebben we naar meerdere landen gekeken, o.a. Canada en Ierland. Waar we vooral op letten was ligging van het pension, of het pand in goede staat was en hoe de markt voor toerisme was. Uiteindelijk kwamen we bij Duitsland uit, en ook daar zijn we niet over één nacht ijs gegaan. We hebben heel wat pensions bezocht voordat we onze keuze maakten. We wilden namelijk een pension dat nog in bedrijf was, zodat we niet op nul hoefden te beginnen.
Het werd een pension met acht kamers in de prachtige regio Hunsrück, tussen de Moezel en de Rijn.

Moeizame start

In juni 2008 gingen we open. Dat was later dan we hadden gewild en te laat om volop te kunnen profiteren van het vakantieseizoen. Bovendien liep het pension in de periode voor de overname niet zo heel goed, waardoor we toch nog bijna op nul moesten beginnen.
Helaas werd net dat jaar de crisis duidelijk voelbaar. We hadden relatief veel uitgaven hadden en weinig inkomsten; op termijn een onhoudbare situatie. We zagen al snel in dat één van ons een “gewone” baan zou moeten zoeken, in Duitsland óf in Nederland.

Tom kon weer aan de slag bij zijn oude werkgever en keerde terug naar Nederland. Sandra bleef in Duitsland om het pension te runnen zodat ze er op financieel vlak niet bij in zouden schieten.
Bijna elk weekend kwam Tom over om te helpen in het pension: vrijdagmiddag heen, zondag terug.

Olie en hout

Het grootste deel van de tijd stond ik er natuurlijk alleen voor in het pension en in het begin stuitte ik op allerlei zaken waar ik helemaal geen ervaring mee had. Zo stookten we bijvoorbeeld op olie en hout.Tja, dat was toch even iets anders dan de vertrouwde cv-ketel. Gelukkig waren de mensen uit het dorp erg behulpzaam.
Het dorp was klein, 450 inwoners, en het was best een klus om als nieuwkomer mijn plekje te vinden. Ik heb daar veel energie in gestoken, o.a. door actief mee te doen aan de lokale activiteiten. En natuurlijk door het dialect te leren begrijpen! Omdat ik in Nederland voor een Duits bedrijf had gewerkt, was mijn Duits best aardig, dacht ik….. Het zware dialect had echter bijzonder weinig met mijn keurige school-Duits te maken. Dat was dus even omschakelen.

Sandra’s inspanningen hadden resultaat. Zij integreerde goed in het dorp en raakte bedreven in het omgaan met alle onverwachte zaken waarmee je als pensionhouder nu eenmaal te maken hebt.

24/7

Het pension in Duitsland
Het ging best goed met het pension, vooral nadat we besloten hadden ons niet alleen op vakantiegangers te richten, maar ook op mensen die voor hun werk langere tijd in de regio moesten verblijven. Dat zorgde voor stabielere inkomsten. Naarmate de mensen uit het dorp mij beter leerden kennen, kregen we ook meer gasten via hen.
Vrije tijd had ik weinig. Je kunt gerust stellen dat ik 24/7 aan het werk was. Als pensionhouder ben je immers manager, secretaresse, gastvrouw en klusjesvrouw tegelijk. Ik zag wel in dat ik dat geen jaren vol zou houden. 

Knoop doorhakken

Het was duidelijk dat het pension, ondanks alle verbeteringen, nooit rendabel genoeg zou worden om met z’n tweeën van te leven. We hadden afgesproken dat we er mee zouden stoppen op het moment dat het financieel nog verantwoord was. Daar stond ik volledig achter, maar toch was het voor mij een besluit waar ik lang tegenaan heb gehikt; ik voelde me thuis in het dorp en was gaan houden van het leven daar.
Uiteindelijk hebben we de knoop doorgehakt en in de zomer van 2012 ben ik teruggegaan naar Nederland.

Wennen

Het heeft een tijd geduurd voordat ik weer “geland” was in Nederland. Ik moest enorm wennen aan de drukte en de anonimiteit. Door het harde werken en doordat ik zoveel energie had gestoken in het integreren in Duitsland, had ik gebeurtenissen in Nederland maar zijdelings meegekregen. De eerste tijd voelde ik me echt een vreemde in eigen land. 

Arbeidsmarkt

Ik ging op zoek naar een baan als secretaresse/office manager Naar mijn idee had ik veel te bieden: mijn eerdere werkervaring in Nederland, aangevuld met die enorme variatie aan werkzaamheden die ik als pensionhoudster had gedaan. En, niet te vergeten, een flinke portie levenservaring, zelfstandigheid, doorzettingsvermogen en een uitstekende beheersing van de Duitse taal.

Ik was er op voorbereid dat het op de arbeidsmarkt niet meteen van een leien dakje zou gaan, maar dat het zó lastig zou zijn om een baan in mijn richting te vinden, had ik niet verwacht. Er waren soms wel driehonderd sollicitanten en mijn cv sprak dan blijkbaar toch niet voldoende aan. Ook de uitzendbranche was naar mijn idee erg veranderd. Ik was nog gewend om persoonlijk te woord gestaan te worden, maar nu werd ik alleen nog maar doorverwezen naar de website. Ik vond dat minder prettig.

Terwijl ik dacht dat mijn ervaring als zelfstandig ondernemer in het buitenland een meerwaarde zou hebben, bleek het tegendeel het geval te zijn. De meeste werkgevers toonden weinig interesse in wat ik daar gedaan had. Soms had ik tijdens sollicitatiegesprekken zelfs het gevoel dat ik mijn keuzes en mijn terugkeer naar Nederland moest verdedigen.

Dat laatste speelde overigens niet alleen bij sollicitaties, maar ook in het dagelijks leven.

Natuurlijk waren er mensen die oprechte belangstelling hadden voor mijn ervaringen, maar ook in de familie en kennissenkring heb ik meegemaakt dat men mij wat meewarig bekeek, zo van “Ach, het Duitse avontuur is mislukt”. Dat is zo anders dan hoe ik het zelf voel. Voor mij was het een geweldige ervaring die ik voor geen goud had willen missen!

Aan de slag

Stilzitten is niets voor mij, dus heb ik vanaf het begin van alles aangepakt, zowel tijdelijke banen  als vrijwilligerswerk. Ik vind het belangrijk om in het arbeidsproces te blijven. Verder besteed ik aardig wat tijd aan het volgen van relevante workshops en aan netwerken. Volgens mij is dat nu dé manier om aan een leuke baan te komen.

Toekomst

Alphen is prima, maar natuurlijk hebben Tom en ik het er weleens over om landelijker te gaan wonen. Dat blijft toch trekken. Ik denk wel dat we de komende jaren nog in de randstad zullen blijven, in verband met werk.
Mijn droombaan heb ik nog niet gevonden, nee, maar ik blijf gewoon verder zoeken en heb er vertrouwen in dat het gaat lukken; de aanhouder wint!


woensdag 22 oktober 2014

Ik zit nog midden in de opstartfase

Na drie jaar in de VS, verhuisde Barbara (41) deze zomer samen met haar man en dochters (7 en 9) terug naar Nederland. Barbara is Life Coach en mindfulness trainer en heeft een eigen praktijk in Amsterdam.
Ik sprak met haar over de tijd in de VS en over de terugkeer naar Nederland.



Waarom de VS?
Mijn man kreeg de mogelijkheid om in Boston voor zijn (Nederlandse) werkgever een Amerikaanse tak op te zetten. We hebben toen ons huis in Laren verkocht en zijn met het hele gezin vertrokken. We wisten dat het om een project voor een paar jaar ging, maar in ons achterhoofd hielden we de optie open om ons voor een langere periode of misschien wel definitief in de VS te vestigen.

Verpleging
Voordat we vertrokken werkte ik part time als verpleegkundige - ik ben gespecialiseerd kinder- en oncologieverpleegkundige. Daarnaast had ik mijn eigen coachpraktijk. Eigenlijk begon die praktijk net lekker te lopen; wat dat betreft was het misschien niet zo’n handig moment om te vertrekken.

Toen we een paar maanden in de VS waren, kreeg ik mijn werkvergunning. Ik heb serieus overwogen of ik weer als verpleegkundige aan de slag zou gaan, maar omdat ik dan eerst een aantal verplichte examens zou moeten afleggen én omdat ik eigenlijk wel uit de verpleging wilde, heb ik dat uiteindelijk niet gedaan.
Op een gegeven moment kreeg ik van een vriendin in Nederland de tip om te checken of mijn BIG-registratie geactualiseerd moest worden. Dat bleek via DigiD te gaan. Omdat mijn DigiD niet meer werkte en het niet mogelijk was vanuit het buitenland online een nieuwe aan te vragen, heb ik dat toen laten zitten. “Dat komt later wel”, dacht ik.

Zo eenvoudig bleek dit echter niet te zijn. Inmiddels is de deadline voor herregistratie voorbij. Hierdoor is Barbara uitgeschreven uit het BIG-register en is haar bevoegdheid om als verpleegkundige te werken, vervallen.

Om mij opnieuw te kunnen registreren, zou ik een scholingstraject moeten volgen. Ik heb besloten om dat niet te doen. Aan de ene kant is het wel een raar idee dat ik dit beroep niet meer mag uitoefenen, maar aan de andere kant geeft het me ook een gevoel van vrijheid. Ik kan me nu helemaal op mijn bedrijf storten en heb geen excuus meer om dat niet te doen.

Coaching in de VS
Tijdens mijn verblijf in Boston heb ik een aantal trainingen gevolgd waar ik in mijn werk als coach veel aan heb, zoals yoga voor kinderen en een vijfdaags programma Mindfulness Based Stress Reduction.
Thema’s die erg actueel zijn in de VS, zijn het “dertigers dilemma” en de invloed van de sociale media op ons zelfbeeld. Op die gebieden heb ik nieuwe inzichten opgedaan, die ik zeker in mijn coachpraktijk kan gebruiken.

Hoewel ik die drie jaar in Boston best wat mensen heb begeleid, bleek het niet zo gemakkelijk mijn coachpraktijk uit te bouwen. Om te beginnen was het best lastig om mijn Nederlandse opleidingen en werkervaring te vertalen naar de Amerikaanse markt. Alleen al het schoolsysteem is daar heel anders.
Daar komt bij dat veel mensen in de VS hun eigen psycholoog hebben waardoor ze minder behoefte hebben aan een coach. Wat ongetwijfeld meespeelt, is dat de kosten van de psycholoog vaak worden vergoed door de ziektekostenverzekering. In het bedrijfsleven zie je wel executive coaches, maar dat is niet echt mijn vakgebied. De mensen die ik in Boston heb gecoacht, waren veelal buitenlanders, net als ik.
Nu ik terugkijk, denk ik dat ik er misschien harder aan had moeten trekken om mijn praktijk daar echt van de grond te krijgen. Dan had ik er waarschijnlijk meer uit kunnen halen. Maar ach, het is gegaan zoals het gegaan is. Ik heb veel tijd gehad voor mezelf en dat is ook goed geweest. Ik heb mezelf beter leren kennen en o.a. gemerkt dat ik sterker ben dan ik dacht.

Terug naar Nederland
Intussen hadden Barbara en haar man besloten dat zij niet nog jaren in de VS wilden blijven. Toen hij een mooie baan in Nederland aangeboden kreeg, was de keuze dan ook snel gemaakt. Ze huurden een huis in Amsterdam in een buurt waar ze zichzelf voorlopig wel zien wonen. Barbara vond een geschikte praktijkruimte niet al te ver van huis.

De verhuizing terug naar Nederland is eigenlijk tamelijk rimpelloos verlopen: de kinderen hebben het naar hun zin, mijn man heeft een leuke baan en ik ben blij met mijn sociale leven hier. Zo vind ik het heerlijk dat ik gewoon weer met mijn zussen kan afspreken.

Wat mijn praktijk betreft zit ik echt nog in de opbouwfase. Ik ben nu vooral bezig met ruchtbaarheid geven aan wat ik doe. Amsterdam is wat mij betreft de perfecte basis. Ik voel me hier helemaal thuis en kan me voor mijn gevoel profileren op een manier die bij mij past.
Een aantal oude contacten heb ik intussen weer aangehaald en sinds kort zit ik in een intervisiegroep. Dat is enorm inspirerend. Daarnaast doe ik vrijwilligerswerk.
Ik zie wel in dat het tijd gaat kosten om mijn netwerk - en dus mijn bedrijf - verder uit te bouwen. Zeker een jaar of twee, schat ik zo.
Natuurlijk vraag ik me weleens af waar ik nu zou staan met mijn praktijk als ik niet naar het buitenland was vertrokken. Dan had ik immers die onderbreking niet gehad.

Tip voor andere remigranten
Als ik van tevoren had geweten dat ik na drie jaar terug zou gaan naar Nederland, was ik denk ik actiever geweest met het onderhouden en uitbouwen van contacten hier. Of misschien was ik wel vast via internet een opleiding in Nederland gaan doen. Dit zou ik ook als tip willen meegeven aan mensen die weten of vermoeden dat ze na een aantal jaren in het buitenland weer in Nederland gaan wonen: blijf je Nederlandse netwerk onderhouden!

Toekomst
Mijn wens is dat mijn praktijk, Hammertime Coaching, over een paar jaar lekker draait. Ik werk daar dan vier dagen per week en daarnaast treed ik af en toe op als gastspreker en geef ik op vrijwillige basis groepsmeditaties. Verder hoop ik dat we dan een eigen huis hebben in de buurt waar we nu al wonen, misschien wel met een mooie praktijkruimte erbij. Dat zou ideaal zijn.

Voor meer informatie: www.hammertime-coaching.nl
Barbara blogt op www.Barbaraboston2011.wordpress.com



zaterdag 4 oktober 2014

Terugkeer op de Nederlandse arbeidsmarkt

Voor een serie portretten ben ik op zoek naar mensen die een aantal jaren in het buitenland hebben gewoond en gewerkt en vervolgens weer in Nederland zijn gaan wonen en hier op zoek gingen naar werk.


Welke waarde heeft buitenlandervaring op de Nederlandse arbeidsmarkt? Een zoektochtje op internet leidt vooral naar informatie voor potentiële uitwisselingsstudenten en het belang van buitenlandervaring op het cv van hoogopgeleide starters op de arbeidsmarkt (in bepaalde branches).

Op een Vlaamse site (jobat.be) worden o.a. de volgende pluspunten van buitenlandervaring genoemd:
-open mindset
-uit je comfortzone durven stappen, ondernemend zijn
-flexibiliteit en zelfstandigheid
-betere ontwikkeling vaardigheden en attitude
-kunnen omgaan met cultuurverschillen

Best een mooi rijtje, toch? Maar gelden deze pluspunten alleen voor starters op de arbeidsmarkt of ook voor mensen die, zoals ik, ergens in de loop van hun werkende leven een aantal jaren in het buitenland werken en daarna terugkeren?

Gelukkig kom ik vaak mensen tegen die vinden dat buitenlandervaring - gecombineerd met een solide vakkennis - van waarde is. Ik krijg echter ook wel eens minder positieve reacties. Zo heb ik, vooral net na terugkeer, bij een aantal (werk)intermediairs meegemaakt dat mijn jaren in het buitenland als het ware niet meetelden. OK, dat komt op meerdere gebieden voor. Het is immers ook een heel gedoe om schadevrije jaren in het buitenland goedgekeurd te krijgen door een autoverzekeraar en er zijn nog wel meer voorbeelden te bedenken. We kunnen bijna heel Europa doorreizen zonder te merken dat er grenzen bestaan, maar wie (r)emigreert, merkt direct dat de landsgrenzen nog volop aanwezig zijn.

Maar goed, ik heb me dus verbaasd over sommige reacties. Alsof ik me zes jaar lang alleen maar bezig had gehouden met *sneeuwschuiven rond het huis. Toch heb ik geen seconde spijt gehad; niet van mijn jaren in Noorwegen en ook niet van mijn terugkeer. (R)emigreren is loslaten. Dat brengt onzekerheid met zich mee, maar ook vrijheid. Het maakt het makkelijker om bepaalde stappen te zetten, in mijn geval het gaan werken als zelfstandige.

Niet alleen omdat ik zelf een werkende teruggekeerde ben, maar ook vanuit mijn vak als loopbaancoach ben ik benieuwd hoe anderen dit ervaren (hebben); mensen die een periode in een ander land gewoond en gewerkt hebben en daarna terug zijn gegaan naar Nederland. Daar moeten er er toch aardig wat van rondlopen.

Wil jij jouw verhaal vertellen d.m.v. een portret op deze site? Neem dan contact met mij op via emmyvangraft(at)gmail.com of laat je contactgegevens achter in een berichtje hieronder. Ik zou het leuk vinden om mensen in uiteenlopende situaties te interviewen (soort werk, leeftijd, emigratieland, samenstelling huishouden, duur van het verblijf in het buitenland, etc.)

NB: reacties op het blog worden gescreend en zijn daarom niet direct zichtbaar.


Mijn werkstappen:
Voor vertrek: re-integratiecoach en loopbaancoach in loondienst
In Noorwegen (2007-2013): HRM adviseur in loondienst
Na terugkeer: zelfstandig arbeidsdeskundige, re-integratiecoach, loopbaancoach

Persoonlijke situatie:
Samenwonend (voor vertrek, in het buitenland en na terugkeer - met dezelfde partner)
Leeftijd bij vertrek: 38 - Leeftijd bij terugkomst: 44


*Bij het sneeuwschuiven had ik de volgende vaardigheden nodig:
-uithoudingsvermogen (want soms veel sneeuw)
-repetitieve werkzaamheden kunnen volhouden (idem)
-creatieve oplossingen bedenken (waar laat ik al die sneeuw?)
-planmatig werken (waar dump ik de eerste sneeuw zodat ik ook aan het einde de sneeuw nog kwijt kan?)

dinsdag 26 november 2013

Inclusieve arbeidsmarkt - wat kunnen we leren van Noorwegen?

Het is de laatste tijd een hot item hier in Nederland, de inclusieve arbeidsmarkt. Hoe gaan we die realiseren? En is de participatiesamenleving waar nu naar gestreefd wordt, daarin een hulpmiddel of eerder een belemmering? “De burgers” moeten het samen doen, liefst zonder steun van de overheid. Worden we daar meer includerend van, of juist niet?

In Noorwegen, toch een beetje mijn tweede thuisland, staat het onderwerp “inclusieve arbeidsmarkt” al sinds 2001 op de politieke agenda. Je mag dus verwachten dat ze al het één en ander bereikt hebben. Temeer omdat in Noorwegen het collectieve gevoel een groot goed is en gelijk(waardig)heid een begrip dat er met de paplepel wordt ingegoten. Kortom: “met elkaar - voor elkaar” en ook nog eens met een stevig sociaal vangnet achter de hand. Als includering ergens zou moeten slagen, is het wel in Noorwegen.

Helaas, de werkelijkheid is anders. Onderzoeken wijzen keer op keer uit dat het nog niet zo erg is opgeschoten met het includeren van mensen met een “arbeidsbeperking”. Tja, dat woord helpt natuurlijk ook al niet....

Wat is nu het probleem? Er zijn best werkgevers die willen. Omdat ze hun steentje willen bijdragen aan de maatschappij of omdat ze gewoon vinden dat een zogeheten arbeidsbeperking in de praktijk helemaal geen beperking hoeft te zijn. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt het niet zo eenvoudig. Via de standaard wervingskanalen kunnen ze de mensen met een arbeidsbeperking niet vinden. En als ze ze wel vinden, wordt het opeens toch een beetje eng. Wat als het niet goed gaat? Dan toch maar liever kiezen voor het veilige, bekende?

Daar komen mijn vroegere collega’s uit de re-integratiebranche in beeld. Als zij kandidaten aandragen, blijken werkgevers eerder bereid mensen een kans te bieden. Omdat iemand in staat is over te dragen wat ze allemaal wél kunnen, omdat iemand de weg wijst in het woud van wetgeving en subsidie, omdat iemand werkgever en werknemer helpt te passen, meten en schaven tot er een optimale match is tussen werkinhoud en capaciteiten. Dit is een arbeidsintensief proces waarin van alle betrokkenen inzet wordt gevraagd: van de werkgever om met andere ogen naar de eigen organisatie te kijken en misschien niet koste wat het kost vast te houden aan strakke functieomschrijvingen en de overtuiging dat de mens zich moet aanpassen aan de functie en niet andersom; van de collega’s die op een andere manier moeten samenwerken; van de nieuwe medewerker die zijn plaats moet vinden in een onbekend systeem; van de re-integratieconsulent die al zijn kennis en vaardigheden uit de kast moet halen om dit proces te coördineren. En, last but not least, van de overheid, die een financiële bijdrage levert zodat noodzakelijke aanpassingen gedaan kunnen worden. Want de realiteit is dat dat meestal nodig is, of het nu gaat om hulpmiddelen, toegankelijkheid, opleiding of extra begeleiding. Ja, dat kost geld, maar het is een investering die zich terugverdient- zowel op individueel als op maatschappelijk niveau.

Wat we van Noorwegen kunnen leren, is dat een inclusieve arbeidsmarkt niet iets is wat je zomaar eventjes regelt. Het vraagt veel tijd, kennis en kunde. Het vraagt om inzet en participatie - van ons allemaal, de overheid incluis.

dinsdag 5 november 2013

Dresscode

De grootste cultuurverschillen zitten vaak in kleine dingen. Als je langere tijd in een ander land woont, gaan je gewoontes opvallen waar je aanvankelijk geen erg in had. Aan sommige daarvan wen je snel genoeg, andere verrassen je keer op keer.
Zo heeft het lang geduurd tot ik er aan gewend was dat Noren veelal casual gekleed naar sollicitatiegesprekken gaan. Ik heb het dan niet over de grote corporate bedrijven waar men altijd in pak loopt, dus de sollicitanten ook, maar over de gemiddelde Noor op sollicitatie bij een gemiddeld bedrijf. Niks extra optuigen, gewoon hupsakee vanaf je werkplek naar je sollicitatie en weer terug. Wel zo ontspannen eigenlijk.

Ook naar seminars en andere vakbijeenkomsten ga je gewoon zoals je bent. Toen ik hier in Nederland dan ook voor het eerst naar een wat groter seminar/netwerkbijeenkomst ging, kreeg ik een echte cultuurshock. Overal waar ik keek: pakken, pakken, pakken, bij voorkeur donkergrijs of donkerblauw of iets daartussenin. Hoera, we gaan netwerken, maar eerst creëren we even afstand. Verder zorgen we er voor dat we niet zo gemakkelijk van elkaar te onderscheiden zijn...
Vreemd eigenlijk, als je er over nadenkt. Vreemd ook dat me dat vroeger nooit zo opgevallen was.

Zijn Noren dan niet geïnteresseerd in kleding en uiterlijk? O jawel! Wacht maar tot ze een feestje hebben. Dan zijn de pakken, jurken, sieraden en mooie schoenen niet aan te slepen. En dan heb ik het niet alleen over bijzondere feesten zoals een huwelijk of bedrijfsjubileum, maar ook over gewoon een avondje eten met de afdeling net voor de zomervakantie. Of ik me weleens underdressed gevoeld heb? Zeker weten.

Eigenlijk hebben Nederland en Noorwegen bijna tegengestelde gewoontes als het om kleding gaat. Hier ben je op je werk netjes, en thuis ga je over op comfortabel. Voor de verjaardag van - pak 'm beet - je schoonzus wil je best iets leuks uit de kast trekken, maar je gaat niet eerst een dag winkelen en dan nog eens drie uur voor de spiegel staan voor je de deur uit gaat. In Noorwegen is het precies andersom. Zou dit iets zeggen over de Noren en over ons?

donderdag 18 juli 2013

En, al een beetje gewend?

Gisteren was het precies vier weken geleden dat we op Østbyveien de vloer dweilden, de laatste dingen in één van onze drie enorme tassen stouwden en de katten in hun reismand opsloten. Hoe ziet het leven er na vier weken Nederland uit? John zit op zijn computer te tikken, ik op de mijne en de katten slapen. Lekker ontspannen dus.

Maar is er niet een hoop te regelen dan? Ja, er is veel te doen, dat zal ik niet ontkennen. Gelukkig hadden we alle spullen in de paasvakantie laten overkomen zodat het grove verhuiswerk al achter de rug was. Dat leek ons destijds een goed idee en dat was het ook. Ook handig was dat we nog steeds een Nederlandse bankrekening en telefoon hadden. Tip voor emigranten die vermoeden dat ze misschien wel weer een keer in Nederland gaan wonen: houd je bankrekening aan en neem een prepaid kaart met een Nederlands nummer; dat maakt veel dingen bij terugkeer een stuk makkelijker.

Intussen begin ik steeds meer te "bestaan" hier. De DigId, de persoonlijke OV-chip, de bonuskaart, de bibliotheekpas, ik heb ze allemaal. De eerste telefonische verkoper heb ik ook al aan de lijn gehad. Het is gedaan met het anonieme leventje!

Weer een beetje gewend aan de drukte en de files? Tja, die files, went dat ooit? We werden er al snel aan herinnerd dat het slim is om de situatie op de weg te checken voor we van huis gaan. En/of op het spoor natuurlijk. Ook daar is weinig veranderd. De NS zet nog steeds bussen in. Over de NS gesproken: de eerste keer dat ik op Utrecht CS was, dacht ik "Jee, wat een boel mensen". Alles krioelde door elkaar en ik liep daar zombie-achtig rond op zoek naar de in-/uitcheckpaal en het juiste spoor. Maar de tweede keer krioelde het al wat minder en nu merk ik er niets meer van.

"Ik herken mijn eigen land niet meer", zeggen veel terugkeerders. Ik kan me daar iets bij voorstellen als je lang weg bent geweest, met geen of weinig bezoeken aan Nederland, en in een compleet andere cultuur hebt geleefd. Maar zes jaar Noorwegen met regelmatige bezoekjes over en weer heeft weinig vervreemding teweeg gebracht. Is dat gek? Ik weet het niet. Makkelijk is het wel.